Je krijgt een jobaanbod binnen: bruto €4.200 per maand. Niet slecht. Maar voor je ja zegt, wil je weten wat er straks echt bijgeschreven wordt. Want dat brutobedrag en het bedrag op je bankrekening liggen behoorlijk ver uit elkaar, en de meeste mensen weten niet precies wat er tussenin verdwijnt. In dit artikel leggen wij van Mannenhub.nl uit hoe dat rekensommetje werkt, zodat je een salarisaanbod of loonsverhoging voortaan op waarde kunt schatten.
Wat staat er eigenlijk op je loonstrook?
Je loonstrook is geen willekeurige reeks getallen. Tussen je brutosalaris en het bedrag dat je bank bijschrijft zitten drie lagen. Eerst houdt je werkgever loonheffing in: een combinatie van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Daarna worden eventuele kortingen verrekend, zoals de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. Wat overblijft is je netto loon.
Premies voor de werknemersverzekeringen (WW, WIA) betaalt je werkgever grotendeels zelf, bovenop jouw brutoloon. Die zie je dus niet als aftrekpost op jouw loonstrook. Wat je wél ziet zijn de inhoudingen die direct op jouw brutobedrag drukken.
De belastingschijven van dit moment
Nederland werkt met twee schijven in de loonheffing. Over het inkomen tot ruwweg €75.500 per jaar betaal je een gecombineerd tarief van 36,97 procent (inclusief volksverzekeringspremies). Verdien je meer, dan betaal je over het meerdere 49,50 procent. Die grens van €75.500 staat voor 2026 vast; het exacte bedrag kan elk jaar licht schuiven door indexatie.
Concreet betekent dit: verdien je €4.200 bruto per maand, dan zit je op jaarbasis rond €50.400. Je valt volledig in de eerste schijf. Pas bij een bruto maandsalaris van ruim €6.200 bereik je de grens van de tweede schijf.
Arbeidskorting: oploopt én bouwt af
De arbeidskorting is een belastingkorting die je automatisch krijgt omdat je werkt. Hij loopt op naarmate je meer verdient, maar bouwt vanaf een bepaald inkomen ook weer af. Dat klinkt raar, maar het is bewust beleid om werken te stimuleren zonder hogere inkomens onevenredig te bevoordelen.
Bij een inkomen rond €40.000 per jaar bereik je ruwweg de maximale arbeidskorting (in 2026 circa €5.000 per jaar). Daarboven begint de afbouw. Bij een inkomen van €84.000 per jaar is de arbeidskorting vrijwel volledig afgebouwd naar nul. Voor iemand met €7.000 bruto per maand betekent dit concreet dat hij nauwelijks nog profiteert van deze korting.
Algemene heffingskorting: wie krijgt hem?
Iedereen met een inkomen krijgt automatisch de algemene heffingskorting, maar niet iedereen krijgt hem volledig. Bij een laag inkomen is hij volledig (voor 2026 circa €3.100 per jaar). Hoe hoger het inkomen, hoe meer de korting afbouwt. Boven een inkomen van circa €75.500 per jaar is hij volledig afgebouwd.
Belangrijk: de loonheffingskorting op je loonstrook is de combinatie van de algemene heffingskorting én de arbeidskorting samen. Je werkgever past die automatisch toe, mits je hem hebt aangevraagd. Werk je bij meerdere werkgevers, zet de korting dan maar bij één aan, anders betaal je achteraf bij.
Rekenvoorbeeld 1: bruto €2.800 per maand
Dit salaris is herkenbaar voor starters of werknemers in de zorg, retail of techniek. Op jaarbasis is dit €33.600. Hier is de berekening stap voor stap:
- Stap 1. Bruto jaarsalaris: €33.600
- Stap 2. Loonheffing eerste schijf (36,97%): circa €12.422
- Stap 3. Algemene heffingskorting: circa €2.800 (gedeeltelijk, loopt al licht af)
- Stap 4. Arbeidskorting: circa €4.200 (in de opbouwfase)
- Stap 5. Netto belasting: circa €5.422 per jaar, ofwel €452 per maand
- Stap 6. Netto maandloon: circa €2.348
Dit zijn benaderingsgetallen. De exacte uitkomst hangt af van je persoonlijke situatie, maar je zit in de buurt van 84 procent netto van je bruto.
Rekenvoorbeeld 2: bruto €4.200 per maand
Een veelvoorkomend salaris in de middenklasse, bijvoorbeeld voor een ervaren monteur, junior manager of IT-er. Jaarsalaris: €50.400. Je zit volledig in de eerste schijf.
- Stap 1. Bruto jaarsalaris: €50.400
- Stap 2. Loonheffing eerste schijf: circa €18.633
- Stap 3. Algemene heffingskorting: circa €1.700 (al flink afgebouwd)
- Stap 4. Arbeidskorting: circa €4.500 (nabij het maximum)
- Stap 5. Netto belasting: circa €12.433 per jaar, ofwel €1.036 per maand
- Stap 6. Netto maandloon: circa €3.164
Je houdt dus ruwweg 75 procent netto over. De kortingen dempen de belastingdruk flink, maar je ziet ook dat de algemene heffingskorting hier al sterk verminderd is vergeleken met het lagere salaris.
Rekenvoorbeeld 3: bruto €7.000 per maand
Denk aan een senior manager, zelfstandig adviseur in loondienst of technisch specialist. Jaarsalaris: €84.000. Een deel valt nu in de tweede schijf (49,50%).
- Stap 1. Bruto jaarsalaris: €84.000
- Stap 2. Belasting eerste schijf over €75.500: circa €27.902
- Stap 3. Belasting tweede schijf over €8.500: circa €4.208
- Stap 4. Totale loonheffing vóór kortingen: circa €32.110
- Stap 5. Arbeidskorting: vrijwel nul (volledig afgebouwd)
- Stap 6. Algemene heffingskorting: vrijwel nul (volledig afgebouwd)
- Stap 7. Netto belasting: circa €32.110 per jaar, ofwel €2.676 per maand
- Stap 8. Netto maandloon: circa €4.324
Je houdt hier zo’n 62 procent netto over. Het afbouweffect van de kortingen is duidelijk zichtbaar: bij €2.800 bruto houd je relatief meer over dan bij €7.000, ondanks dat je absoluut gezien uiteraard meer verdient.
Vakantiegeld, dertiende maand en bonussen
Vakantiegeld (standaard 8 procent van je jaarsalaris) wordt in mei of juni uitbetaald en belast als regulier loon. Omdat het een extra uitbetaling is bovenop je maandloon, kan de marginale belastingdruk hoger uitvallen in die maand. Bij €2.800 bruto per maand is dat effect beperkt. Bij €7.000 merk je er nauwelijks iets van omdat je toch al in de hoogste schijf zit.
Een dertiende maand of bonus werkt hetzelfde. Het bedrag wordt bij je inkomen opgeteld en belast tegen het tarief van de schijf waar je dan in uitkomt. Een bonus van €5.000 voor iemand die al op €84.000 jaarsalaris zit, wordt dus voor bijna de helft ingehouden. Wij van Mannenhub.nl adviseren altijd om dit vooraf te berekenen, zodat je niet teleurgesteld bent als de netto-bonus tegenvalt.
De betrouwbaarste rekentools
Voor een snelle berekening raden wij de tool van het Nibud aan (nibud.nl) of de salarischeck van de Belastingdienst via belastingdienst.nl. Beide zijn bijgewerkt voor de actuele schijven en kortingen. Vul altijd in: je brutosalaris per jaar, of je de loonheffingskorting wilt toepassen (in bijna alle gevallen: ja), en of je vakantiegeld meewilt rekenen.
Lees de uitkomst als een indicatie, niet als een exact bedrag. Jouw persoonlijke situatie kan afwijken.
Vijf variabelen die jouw netto afwijken van standaard
Een standaardberekening houdt geen rekening met jouw specifieke situatie. Dit zijn de vijf factoren die het grootste verschil maken:
- Pensioenpremie. Als je werkgever pensioenpremie op je brutoloon inhoudt voordat de belasting berekend wordt, betaal je over dat deel geen loonheffing. Dat scheelt direct netto.
- Leaseauto. Een leaseauto van de zaak telt als bijtelling bij je fiscale loon. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto betaal je 16 tot 22 procent van de cataloguswaarde extra als belastbaar inkomen. Een auto van €40.000 met 22 procent bijtelling kost je netto al snel €200 tot €300 per maand extra aan belasting.
- Aanvullende verzekeringen. Premies voor een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering of aanvullend pensioen die via je werkgever worden ingehouden, verlagen je fiscale loon.
- Loonheffingskorting aan of uit. Vergeet je de korting aan te zetten bij je nieuwe werkgever, dan betaal je maandenlang te veel belasting en krijg je het pas bij je aangifte terug.
- Meerdere werkgevers of bijbaan. Pas de loonheffingskorting maar bij één werkgever toe. Doe je dat bij twee, dan ga je aan het einde van het jaar bijbetalen.
De drie dingen die je netto salaris bepalen zijn de belastingschijven, de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. Bij een bruto van €2.800 houd je grofweg 84 procent over, bij €4.200 is dat zo’n 75 procent, en bij €7.000 zak je naar circa 62 procent netto. Hoe hoger het salaris, hoe harder de afbouw van de kortingen telt. Gebruik voor jouw specifieke situatie een actuele rekentool, en vergeet pensioenaftrek of een leaseauto niet mee te nemen. Dan weet je van tevoren wat een loonsverhoging je netto oplevert in plaats van dat je er achteraf van schrikt, en kun je beter bepalen hoe je dat extra verdienste inzet.